Uit de nota's van Medard-Jules Van Den Weghe
De Familie De Boeck
Hier hebben wij het met een geslacht, dat sinds Keizer Karels tijd onophoudend te Halle verblijft. Echter is de naam ook zeer verspreid in meer gemeenten van 't Brabantsche, onder andere te Dworp, te Lembeek, te Sint-Pieters-Leeuw, te Gooik, en ook buiten Brabant. De naam schrijft De Boeck, de Boucq, De Bouck, De bocq, de bock, de boec, de boucq, de boecq, Du Bouck, De Boucque, Bocx, Boecx, ook De Bouche, sboeckxs en nog op andere manieren. Maria sboecks verschijnt in het jaargebed van Pastoor Coels (1562), als te Halle overleden, in de eerste helft der 16" eeuw.
De naam is reeds bekend te Halle in 1358, immers in de baljuwsrekening over dit jaar (nr 15094) vinden wij Gilkin de Bouk. In 1425 vinden wij overigens Pieter le boucq (baljuwsrekening nr 15096). In 1454 vallen onze ogen op Josse le boucq, «pour le vendaige qu'il fait à claux de ghehuchte d'une petite maison gisant à helbecque». (Domeinsrek. nr 9556). Wij besluiten daaruit, dat de De Boeck's, zoo niet de oudste toch een der alleroudste Hallesche geslachten is. Ze zijn zeldzaam, inderdaad, de families wier namen men ongeveer zes eeuwen lang op dezelfde gemeente aantreft.
Wij kennen de zeven kinderen van de Boeck-de Stryckere. Ziehier: 1. Maria de Boucq die gehuwd was met Adriaan Vleminck (waarschijnlijk de genaamde Maria Boeckx, van 1562, hoog er genoemd). 2. Pieter de Boucq, waarvan wij weten dat hij geboren is vóór 1542. 3. Joanna de Boucq, die de vrouw was van Mattheus de Mol. 5. Barbara de Boucq, die in 1574 reeds gehuwd was met Hendrik Gillo (te Halle in 1569). Barbara heeft ook een tweeden echtgenoot gehad, nl. Thiery Wait, landbouwer te Eigenbrakel. In 1600 was Barbara reeds overleden. 6. Joos de Boucq, geboren vóór 1542. Hij trad in het huwelijk met Elisabeth Corbeau. Hij was landbouwer te Dworp, en toen hij zijn echtgenote verloren had, hertrouwde hij met Elisabet Berboult. Elisabet Berboult overleed den 20 Februari 1620, te Halle. [De Berboults behoren ook tot de Hallesche geslachten. Michiel Berboult, de schoonvader van Joos De Boucq, en zijn vrouw Anna Berckmans hadden, benevens hun Elisabet, nog vier andere kinderen, te weten: Hans Berboult, jong overleden in 1601, eenige dagen na 't afsterven van zijn vader: Jeanneke Berboult, gehuwd met den landbouwer Jan De Nayer te Huizingen; Gielis Bertboult, die gehuwd was met Jenne Gilbode. Hij was zanger in de kerk van Halle; Maria Berboult, die de vrouw was van Pieter Lockenberghe, schoolmeester te Halle. Lockenberghe en Marie Berboult hadden ook vier kinderen: 1. Catelyne Lockenberghe, geboren in 1555, jonge dochter, woonachtig te Brussel in 1606; 2. Melchior Lockenberghe, jonggezel, overleden vóór 1606; 3. Jaspar Lockenberghe, die te München in Duitschland woonde, en bekend stond als muzikant; 4. Barbara Loekenberghe, gehuwd met Egidius Weingarttner, waarschijnlijk ook een Duitscher] 7. Jan de Boucq, landbouwer te Esschenbeek «demeurant à Hal, lequel tient à cense une maison, chastel, court, cense, appelée la censse d'Esschenbeek, en grandeur avec les terres labourables, près et pastures quarante bonniers deux journels». Dit in 1583. Hij trouwde eerst Maria Courtmans [Schepenboek Halle, nr 3857, blz. 19vo] en vervolgens Elisabet Steenackers, weduwe van Michiel Berboult, die dezes tweede echtgenote was geweest. Jan de Boucq kocht aan Joos de Bast, landbouwer op de Malheyde, een klein tuintje, in 1604. Hij overleed den 16 Februari 1615, te Halle.
A
Ziehier de elf kinderen van Arnold de Boucq en Clara De Nayer: 1. Jacob De Boeck, geboren en gedoopt te Halle in 1585. Hij trad in den echt met Clara van Meulebeeck, na eerst gehuwd te zijn geweest met Martina Rombaut, te Halle, op 25 Mei 1610. Van de beide huwelijken waren kinderen. (Zie B.) Jacob De Boeck boerde te Esschenbeek. 2. Gabriel De Boeck, geboren te Halle in 1587, trouwde Willemien Walravens, te Sint-Pieters-Leeuw, op 9 Februari 1618. Hij was brouwer en houtkoopman te Ukkel (Carloo) [Zie M.-J. Van den Weghe. Bijdrage tot de Geschiedenis van Sint-Pieters-Leeuw, blz. 154] 3. Elisabeth De Boeck trouwt 1. Frans De Nayere 2. Frans Heymans. Uit beide huwelijken zijn kinderen gesproten. 4. Geertrui De Boeck, trouwt in 1606, met Antoon Walravens uit Sint-Pieters-Leeuw. Hij boert te Brucom en verwekte bij Geertrui De Boeck de volgende kinderen: a) Renier Walravens, geboren te Leeuw op 16-12-1606. Huwt Margriete Schoonheyt. c) Barbara Walravens, geboren te Leeuw, 24-6-16120, huwt Pieter Collyns, beenhouwer, schepen te Halle. Hij verkoopt, den 7 Juni 1641, een rente aan zijn schoonmoeder, Geertrui De Boeck. 5. Pieter De Boeck, geboren te Halle in 1592, trouwde Maria Heymans. Hij was landbouwer te Lembeek en leefde nog in 1661. Hun dochter was Anna De Boeck. 8. Mattheus De Boeck zag het licht te Halle. Trad tweemaal 9. Arnold De Boeck geboren en overleden te Halle in 1599. Hij overleed te Brussel (Zie C.) 11. Joanna De Boeck. Zij trouwde met Bernard De Bast, landbouwer op de Grootheide te Esschenbeek, en naderhand met Gielis Kayart. Uit het eerste huwelijk sproot Katelyne De Bast, die de vrouw werd van Willem Eenens (1665).
B
Kinderen van Jacob De Boeck-Rombaut : 1. Angelus (Engelbert) De Boeck, geb. 1612, die trouwde met Anna Crampon. Hun kinderen waren: a) Antonia De Boeck, geb. Halle, 1641. 2. Elisabet De Boeck, geb. Halle, 1616. Zij trouwde Jacob Moriau, in 1636, boschwachter van 't Halderbosch. 3. Maria De Boeck, van 3 Mei 1619. Zij trad in het huwelijk met Remigius Berniers. (1640). 4. Petrus De Boeck, geb. 17-12-1617. Hij werd priester en was in 1670 en 1671, pastoor te Sint-Pieters-Leeuw [Zie onze geschiedenis van Sint-Pieters-Leeuw, blz; 57].
Kinderen van denzelfden Jacob De Boeck met Clara Van Meulebeek: 1. Jan De Boeek, geb. Halle, 1620. N.B. Jacob De Boeck trouwde nog een derde maal met Elisabet Janssens, die reeds weduwe was van Gielis van Slabbeek. Dit geschiedde den 13 November 1638, te Halle. C
Kinderen van den landmeter Merten De Boeck met Elisabet Van Cutsem : 1. Katrien De Boeck, gedoopt te Halle, den 21 Maart 1631. Zij werd de vrouw van Amoldus Herremans, op 25 Januari 1647.
a) Petrus De Boeck, geboren te Halle, 24-5-1637 en op 2 Oogst 1666, gehuwd met Maria Fauconnier. Zij bewoonden het pachthof Te Resteleeuw (Esschenbeek). Het hof te Resteleeuw (ook heerlijkheid van Ronem genoemd), was in 1661 bewoond door Willem Fauconnier, vader van Maria. Door dit huwelijk (De Boeck-Fauconnier), werd Petrus De Boeck, boer op Resteleeuw hof dat hij bewoonde tot op 't einde der 17e eeuw. Daarna trouwde zijn dochter, Marguerite De Boeck, met Antoon Van Diest, die tevens het hof beboerde. (Zie E). b) Merten De Boeck, geboren Halle, 1639.
D
Frans De Boeck, verwekte bij Maria Sophie elf kinderen, namelijk: a) Jacoba De Boeck, van 26 September 1648 (Halle), die Remt Doudelet trouwde.
E
Kinderen van Petrus De Boeck en Maria Fauconnier: 1. Petrus De Boeck, geboren te Halle, den 28 Sept. 1667. Hij woonde
F
Gielis De Boeck en Anna Willems hadden vier kinderen: 1. Petrus De Boeck van 2 juni 1681, Halle G
Kinderen van Willem De Boeck-Neetens, vier: 1. Barbara De Boeck; 14-12-1716, Halle
H
Petrus-Cornelius De Boeck had bij Jacoba Hernoes [Jacoba Hernous was weduwe van Willem Stoppie, waarvan reeds Cecilia Stoppie] zeven kinderen, te weten:
I
Kinderen van Petrus De Boeck en Anna Bonnewyn, twee: 1. Jan De Boeck, geb, te Halle, den 5 Feb. 1724. Hij huwde te Halle, den 3 Mei 1742, Sabina Van der Perre, dochter van N. Van der Perre en Christina Van Cottom (Zie J) N.B. - Het was Jan De Boeck-Bonnewyn, die, bij akte van 19 October 1753, vanwege den hertog van Arenberg, de gunst bekwam om een putter of schepper (puisoir) te mogen stellen, die zou dienen om water te nemen uit de Grobbegracht, ten nutte zijner brouwerij La Paix, die thans nog de brouwerij De Boeck is. Daardoor was De Boeck jaarlijks een vetten kapuin verschuldigd aan den hertog [Le comptable renseigne un chappon reconnu au livre censal de Hal, fol. 143, à la charge de Jean De Boeck, pour un puisoir, que celui-ci a placé sur le rieu dit groubbegracht, derrière sa maison nommé la Paix, sise hors la porte de Mons de cette ville, en conformité de l'acte d'arrentement servi au compte de l'an 1764(Rek. H. van Arenberg, nr 2347)] In 1836, toen de heer en Van Volsem, stokers, hun suikerfabriek opstelden, ontstond er een misverstand tussen hen en de heer Felix-Leopold De Boeck, Jans kleinzoon. De Van Volsems hadden de Grobbegracht overwelfd en waren bezig met er een suiker fabriek op te richten, die door stoomkracht zou bewogen worden. Ook de heer Nerinckx, zoutzieder, kwam aangelopen en deed klachten. Wat meer is, de heer Emanuel De Coster, ontvanger van den hertog, schreef den volgenden brief : « Je m'oppose à la construction et à l'établissement des usines de monsieur Van Volsem, sur le ruisseau du Groubbegracht et ce pour autant que par ces constructions les eaux du dit ruisseau qui sant des dépendances du Bassin des moulins de Hal, appartenant au duc d'Arenberg, viendraient à être détournées ou absorbées au préjudice des mêmes moulins, dont les eaux sant déjà insuffisantes aux besoins publics. Réservant pour son principal tous droits et action à faire valoir en temps et lieu. » De Vanvolsems beloofden veel voorzichtigheid, grote netheid en legden feitelijk veel zorg aan den dag. Zoo liet men ze voortwerken. Doch er werd beslist, dat in geval van gegronde klachten, de eigenaars van de suikerfabriek alles zouden regelen à leurs frais [Register der beraadslagingen, Gemeenteraad Halle, Nr 156 (7 juni 1836)]
Kroost van Jan De Boeck en Sabina Van der Perre: 1. Maria De Boeck, geb. te Halle, 7 Mei 1742.
|